Toch een bankje voor de vermoeide museumbezoeker
Even lijkt filminleider Daan Josee samen te vallen met Klaus Schuwerk, architect van het nieuwe Nationaal Museum in Oslo, als hij vertelt over het gebogen kantoor dat hij ontwierp voor Staatsbosbeheer langs de weg van Apeldoorn naar Hoenderloo. Ze wilden er een recht stuk aan en Josee vond dat niet passen in zijn ontwerp. “Ik verwees als voorbeeld naar een sollicitatiebrief. Al je kwaliteiten staan erin, maar hij staat ook vol met spelfouten. Werkt dat? Nee.” Dus een ontwerp met “spelfouten” gaat ook niet werken.
Grootse kunst
In de documentaire The New Museum van Birgitte Sigmundstad, op 21 mei vertoond bij Cinema Rondeel in MIMIK, is architect Schuwerk (Kleihues + Schuwerk Architekten) net zo stellig. Nee, in de buitenruimte van het museum is geen plek meer voor de boom die er staat, en bankjes voor bezoekers zijn al evenzeer taboe. Het gaat om de grootsheid van het gebouw, die de grootsheid van de museumcollectie en van kunst in het algemeen moet weergeven.
Net als bij de keuze van het materiaal voor de gevel, ook daar is de Duitse architect heel stellig. Hij schreef Noors graniet voor, een museum geworteld in de omgeving. De verbijstering, de walging haast, staat op zijn gezicht als de directie omwille van de kosten goedkoper graniet uit China aandraagt.
Achterhaald beeld
Na afloop van de film, goed ontvangen op het Architectuur Film Festival in Rotterdam, afgelopen oktober, en in MIMIK goed voor een volle zaal, geeft Josee aan het met Schuwerk eens te zijn over de keuze van Noors graniet, maar afstand te doen van zijn stelligheid over de boom en de bankjes. “Het beeld van de architect als onaanraakbare kunstenaar die tempels bouwt voor de eeuwigheid is achterhaald. Het overgrote deel van de architecten is dienstbaar en inlevend en zal geen bankje weigeren voor vermoeide bezoekers.’’
De strijd tussen architect en opdrachtgever vormt een rode draad in de film, die vooral vertelt over de zes jaar durende voorbereiding en bouw van wat nu het grootste museum van Scandinavië is, met 86 zalen en 400.000 kunstwerken, verdeeld over twee verdiepingen, bijna 55.000 vierkante meter in totaal, waarin vier Noorse musea zijn opgegaan.
Toegewijde medewerkers
Een andere rode draad, eigenlijk een dikkere, is de toewijding van de museummedewerkers waarmee ze zich voorbereiden op de opening van het nieuwe museum: van het zorgvuldig inpakken van de kunst in het oude museum, het schoonmaken en restaureren van kunstobjecten tot en met het enkele millimeters verplaatsen van een voorwerp in een vitrinekast.
Een mooi tegengesteld beeld, zegt Josee daar nog over. Waarbij de toewijding van de medewerkers, dienstbaar en ondergeschikt aan de zaak, schril afsteekt tegen het beeld van de compromisloze architect, die tijdens de opening op de trap een informele persconferentie houdt, waarin hij benadrukt niet verantwoordelijk te zijn voor het ontwerp van de leuningen, de prullenbakken, het licht en andere randzaken, die voor de schepper van het museum haast evenzo heilig zijn.
Van kamer tot kamer
Over de architectuur van het gebouw ging het eigenlijk weinig. Wel bleek Schuwerk, die sinds 2001 vanuit Napels werkt, bij het ontwerp teruggegrepen te hebben op het oervoorbeeld van een museum, het Altes Museum in Berlijn, hoogtepunt van de neoklassieke bouwkunst en een ontwerp van de beroemde Duitse architect Karl Friedrich Schinkel, te vinden op het Museuminsel in Berlijn: een aaneenschakeling van kamers, waarbij de bezoeker van kamer naar kamer loopt, zo schilderde Josee in zijn inleiding de ontwikkeling van musea.
Zelf moet hij daar eigenlijk niets van hebben. “Ik heb altijd het gevoel dat ik een kamer heb gemist.’’ Josee, architect bij Maas Kristinsson Architecten in Deventer, wees op alternatieven als het beroemde Guggenheim in New York van architect Frank Lloyd Wright, een spiraalvorm waarin de bezoeker zich veel vrijer voelt om een eigen route langs de kunst te kiezen.
Strijd om de macht
De documentaire liet zien dat de bouw van een nieuw museum een voortdurende strijd is om macht, om de beslissende stem. Of het nu over bomen, bankjes of steensoort gaat, of over toegangsprijzen, politiek verzet tegen een megalomaan project of publiek verzet tegen het vertrek uit het zo geliefde oude museumgebouw, overigens ook een museum waar de bezoeker van kamer tot kamer ging.
Bezoekers van Cinema Rondeel kregen er een royaal inkijkje achter de schermen mee. Iets te royaal wellicht, maar ook vermakelijk. Met, after all, toch een boom met een bank voor de bezoeker eromheen. Voor het Rondeel ook een verwijzing naar het jaarthema van het Deventer Architectuurcentrum: verstedelijking okay, maar dan wel vriendelijke verstedelijking.



