Verslag Cinema Rondeel: The Lions by the River Tigris – “Stad van planologen of stad van verhalen”
Steden bestaan uit meer dan straten, pleinen, gebouwen, en stedenbouwers en architecten die daar vorm aan geven. Dat bleek weer eens op 26 februari in Filmtheater MIMIK, waar Cinema Rondeel The lions by the river Tigris draaide, een documentaire van de Noors-Iraakse filmer Zaradasht Ahmed, over het leven in de Iraakse stad Mosul na de verwoesting ervan door strijders van Islamitische Staat.
80 procent vernield
Ahmed won eerder op het internationale filmfestival IDFA de prijs voor beste lange documentaire met “Nowhere to Hide” uit 2016, een portret van een Iraakse verpleegkundige en gezinshoofd in oorlogstijd. In de vorig jaar uitgebrachte documentaire “The lions by theriver Tigris” verschuift de focus naar de gevolgen van die oorlogstijd, die duurde van 2014 tot 2017 en waarin IS de stad nagenoeg volledig kapotschoot: van de 84.000 huizen werd 80 procent vernield.
Laatste herinneringen
Vooral de monumentale binnenstad van Mosul, een van de oudste steden ter wereld, moest het ontgelden. Regisseur Ahmed volgt drie inwoners bij hun poging althans een deel van Mosul van de verdere ondergang te redden; tot wederopbouw van de zwaargehavende stad is het nog niet gekomen. Emotioneel zijn de drie ook nog niet zover: ze verzamelen eerst de laatste herinneringen aan hun leven in de stad.
Weer muziek
Voor muzikant Fadel zijn dat de muziekinstrumenten die hij uit de puinhopen van zijn huis wist te redden, zodat hij weer de muziek kan spelen die IS in de ban deed. Voor Bashar is dat de marmeren deurpost die als enige onderdeel van zijn grote familiehuis de verwoestende strijd heeft doorstaan, het enige voorwerp dat hem herinnert aan zijn leven van voor de oorlog.
Mini-museum
Zijn stadsgenoot Fakhri doorzoekt intussen de puinhopen van Mosul om dergelijke voorwerpen veilig te stellen, om zo het leven in die stad te verzamelen, althans wat daarvan over is. De spullen die hij vindt, koopt hij van de eigenaren om ze een plek te geven in het mini-museum dat hij is begonnen om de cultuur van Mosul te bewaren. De poort van Bashar, met twee afbeeldingen van leeuwen in het marmer, zou hij het liefst zien als monumentale entree voor zijn museum, maar Bashar wil de poort nog niet kwijt. Liever zit hij op de restanten van zijn huis te kijken naar wat hem rest van het verleden, als hoop ook op herbouw.
Zware aardbeving
De documentaire werd ingeleid door Martijn Huting, docent stedenbouw op Hogeschool Saxion, en Hülya Cansiz, geboren en opgegroeid nabij het Turkse Adana, een in het zuiden van Turkije gelegen stad, die in 1998 werd getroffen door een zware aardbeving. Cansizmaakte de gevolgen van de verwoesting van nabij mee. Ook voor haar zijn herinneringen belangrijk, zeker nu ze als vluchtelinge in het AZC in Apeldoorn leeft.
Broodje met suiker
“Herinneringen zijn heel belangrijk. Ik droom over mijn neefjes; dat we samen buiten spullen maakten en als we moe waren thuis van oma een broodje met suiker kregen. We hadden maar één kamer, waarvan het dak een beetje lek was en mijn moeder een paar emmers ophing als het regende. Het was een moeilijke tijd, maar ik mis het oude leven, de warme gevoelens die je toen had.’’

Als een machine
Volgens Huting zijn die herinneringen belangrijk, ook bij de wederopbouw van een stad. De drie hoofdpersonen van de documentaire zijn volgens hem juist op zoek naar de ziel van een stad. “Bij stedenbouw gaat het altijd om planologische zaken; wie gaat waar wonen, als een machine op zoek naar logische oplossingen. Het is vooral een technisch verhaal: het zoeken van de mensen is vaak niet waar stedenbouwers en architecten het over hebben.’’
Niet het grote verhaal
Met een verwijzing naar het boek De onzichtbare steden van Italo Calvino en de film Smokevan regisseur-scenarioschrijver Paul Auster stelt Huting dat de stad wordt gemaakt door kleine verhalen die inwoners elkaar vertellen. “Niet door het grote verhaal van de stedenbouwers, niet door de grote, hele stoere verhalen van architecten, maar door de eindeloze herinneringen. Zoals de smaak van suikerbrood van de oma van Hülya Cansiz uit Adana.’’
Vriendelijke stedenbouw
Ook Rondeel-directeur Jantine Sijbring onderstreepte het belang van verhalen en herinneringen. “Het jaarthema van ons architectuurcentrum is vriendelijke stedenbouw, waarmee we willen aangeven dat stedenbouw meer is dan het stapelen van stenen; ook sociale aspecten zijn belangrijk bij het bouwen aan de stad.’’
Dat werd vorig jaar ook benadrukt tijdens een van de gesprekken die Jong Rondeel organiseerde, waar architecten en stedenbouwers van Architecten Cie uit Amsterdam vertelden over het masterplan dat ze maakten voor het terrein van de voormalige Deventer tapijtfabriek aan de Smyrnastraat. “We gaan meteen met buurtbewoners in gesprek, want die kunnen ons veel vertellen over de gebouwen en het terrein. Daarmee kunnen we betekenis aan het plan geven’’, aldus Niels Mulder van Architecten Cie.

