Verslag documentaire “Werkende Woonwijken”
Wonen en werken op elkaar: een interessante mix
Op 6 november 2025 organiseerde Het Rondeel een Architectuurcafé x Cinema Rondeel in MIMIK over het thema “Werkende Woonwijken”.
Het is een lastige puzzel, de zoektocht naar ruimte voor woningen, bedrijven en energietransitie, zegt architect en stedenbouwer Eric Frijters in het begin van zijn documentaire. Maar er is volgens hem ook een oplossing: te vinden op de talrijke bedrijventerreinen in het land. In het panelgesprek na afloop gaat hij nog een stap verder: stop onmiddellijk met de bouw van louter woonwijken, ga wonen weer mengen met werken, zelfs met de zwaardere vormen van werken. Werkende woonwijken, aldus de titel van de documentaire.
Panelgesprek
Documentaire en panelgesprek waren donderdag 6 november onderdeel van het Rondeel Architectuurcafé, dat het Deventer Architectuurcentrum halfjaarlijks organiseert voor zijn sponsors. Dit keer gebeurde dat in theater en film MIMIK met een speciale versie van Cinema Rondeel, het samenwerkingsverband tussen Rondeel en de filmafdeling van MIMIK. Ook andere belangstellenden woonden film en nagesprek bij.
In de file naar huis en werk
Eigenlijk zouden Frijters en zijn cameraman-regisseur een inleiding op de film geven, maar op het tijdstip van aanvang van de documentaire stonden beiden nog vast in een file op de A1. Een ironisch voorval, want de wellicht belangrijkste oorzaak van de files is ook volgens Frijters het decennialange scheiden van wonen en werken in Nederland.
Daar moet maar eens een einde aan komen, vindt hij. Op bestaande bedrijventerreinen is volgens hem heel veel ruimte te vinden voor de bouw van woningen, wat bewoners dichter bij hun werk kan brengen (minder files, minder vervoersbewegingen, tijdsbesparing), terwijl bedrijventerreinen tussen avondspits en ochtendspit nagenoeg verlaten en onaangename gebieden zijn met distributiedozen als symbool van ruimteverspilling, terwijl woonwijken overdag vaak dodelijk saai zijn.
Brussel en Parijs
Naast architect is Frijters lector Future Urban Regions aan het samenwerkingsverband van de zes Nederlandse Academies van Bouwkunst en oprichter van het bureau FABRICations, dat zich richt op een gezondere en duurzamere stedelijke omgeving. Frijters’ documentaire toont diverse voorbeelden van het succesvol mengen van werken en wonen, in Brussel en Parijs. Hij maakte de film samen met cameraman-regisseur Marco Nauta, die onder meer afleveringen voor VPRO Tegenlicht maakte.
Werkende woonwijken beleefde zijn eerste vertoning tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven, drie weken later de tweede in Deventer. Volgens Frijters wellicht onnodig. ‘’Met het Havenkwartier hebben jullie al een werkende woonwijk. De eerste drempel is hier al genomen’’, zei hij na afloop.
Heel veel mogelijk
In de documentaire zegt strategisch ruimtelijk-economisch onderzoeker Merten Nefs van de Universiteit van Rotterdam dat ook een circulaire economie ruimte vraagt, bijvoorbeeld voor opslag van materialen en reparatiebedrijven, samen goed voor 20 tot 30 procent meer ruimtebeslag. Volgens hem kan dat heel goed samengaan met de bouw van woningen. ‘’In woonwijken is heel veel mogelijk.’’
De voorbeelden in Brussel (Kanaalzone, Nova City en City Campus) en Parijs (Chapelle International) laten zien dat die combinatie goed mogelijk is, maar dat er ook enkele voorwaarden zijn. Zo is er bij alle projecten een tweede maaiveld gemaakt op het dak van de bedrijven, met soms een laag bovenliggende bedrijfswoningen of een parkeergarage als buffer tegen eventuele overlast van de bedrijven, die met hun voordeur aan een reguliere woonstraat kunnen liggen, met laden en lossen aan de achterkant of aan een binnenplein.
Rust en ontmoeting
Op het tweede maaiveld ontstaat een nieuwe omgeving, met wandelstraten en binnenpleinen waar rust en ontmoeting tussen bewoners centraal staan. Op de woonlaag veel appartementen, maar ook woningen van twee bouwlagen. Voordeel voor de overheid of ontwikkelaar: ‘’Je gebruikt de grondprijs twee keer en het wordt geen unheimische plek’’, zegt Leo van Broeck, een van de architecten van de projecten in Brussel.
In Parijs is met Chapelle International zelfs een rangeerterrein gecombineerd met een logistiek centrum van 400 meter lengte voor stedelijke bevoorrading. In de kelder een datacentrum, waarvan de restwarmte naar de bovenliggende bedrijfsruimte en woningen gaat. ‘’In plaats van de rails weg te halen, is er nu een dynamische plint met daarboven een oase van woontorens’’, aldus Frijters.
Overheid aan zet
Belangrijke les die hij in Brussel en Parijs leerde: de overheid moet een stap vooruit doen, de regie nemen en soms zelfs het eigendom van bijvoorbeeld de bedrijfsruimte op zich nemen. ‘’We hebben het nu over de schutting van de markt gegooid.’’
Ook in het panelgesprek na afloop blijkt grote steun voor het mengen van wonen met bedrijvigheid. Naast Frijters namen Elisabeth Ekker, gemeentelijk projectleider van het Havengebied, directeur-bestuurder Jaap Huibers van woningcorporatie Rentree en architect-bestuurder Daniël Kleine Schaars van I’M Architecten uit Deventer deel aan het gesprek.
Trots op Havenkwartier
Volgens Ekker neemt de gemeente Deventer al meer de regie op zich bij de ontwikkeling of herontwikkeling van gebieden. ‘’Ik ben heel trots op wat er in het Havenkwartier gebeurt, waar binnenkort de bouw begint van een woongebouw op een plint met atelierwoningen en parkeerdek. Ook voor het Haveneiland heeft het college besloten richtinggevende uitspraken te doen.’’
Rentree-directeur Huibers noemt het mengen van wonen en werken van groot belang. ‘’Wij verhuren al op kleine schaal bedrijfsruimtes met een woning erbij. Dat past bij Deventer, dat een maakstad is. Deventer heeft veel ambitie op het gebied van woningbouw. We bouwen 10 procent van de woningen, voor elke woning krijgen we 800 reacties van mensen die er willen wonen, we zijn de hele tijd op zoek naar plekken voor woningen. Het is supergaaf om aan de rand van de stad te bouwen, maar op de bedrijventerreinen ligt heel veel winst te behalen. Voor de energietransitie moeten er bijvoorbeeld grote stroomstations komen die vragen om dubbelgebruik.’’
Onderscheidend
Kleine Schaars noemt het mengen van wonen en bedrijvigheid zelfs noodzakelijk, ook omwille van de identiteit van Deventer. ‘’Je kunt je er ook mee onderscheiden van andere steden. De gemeente moet dit serieus nemen.’’
Frijters wijst op de voorbeelden in Brussel en Parijs. ‘’Op die plekken kunnen ze heel veel woningen kwijt, terwijl ze 35 procent van de ruimte overhouden voor het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. In Nederland hebben we volkshuisvesting afgeschaft en de ontwikkeling van woningbouw en bedrijfsterreinen over de schutting van de markt gegooid.’’
Contingent voor werken
Over de rol die de overheid moet spelen, verschillen de opvattingen. Terwijl Frijters pleit voor de terugkeer van een publieke ontwikkelingsmaatschappij naar voorbeeld van de projecten in Brussel, denken Huibers en Kleine Schaars dat de gemeente kan beginnen door van meet af mee te denken bij de ontwikkeling en invulling van bedrijfsruimtes. Frijters: ‘’We vinden het heel normaal dat de overheid een contingent betaalbare woningen eist. Dat zou voor werken ook moeten gebeuren.’’
Nieuwe manier
Hij wijst daarbij op het belang dat de gemeente heeft bij de kwaliteit van de bedrijvenlaag op de begane grond als basis voor bovenliggende woningbouw. ‘’In Parijs is er een nieuw soort samenwerking met de gemeente voor de plint en een woningontwikkelaar voor de laag erboven. Het is een nieuwe manier van werken, waarbij iedereen doet waar hij het beste in is.’’
Elisabeth Ekker noemt de voorbeelden uit Brussel en Parijs heel inspirerend. De eerste stappen in die richting zijn al gezet. Zo eist de gemeente voor het terrein van Roto Smeets en Haveneiland dat respectievelijk 40 en 30 procent van de gebouwen bestemd is voor bedrijvigheid. ‘’Deze film geeft veel inspiratie om dat goed aan te pakken.’’
Complexe klus
Vanuit de zaal ziet architecte Ellen Schild van Studio Groen & Schild daarin nog een flinke uitdaging. Eigen onderzoek van Schild liet zien dat Deventer zijn ambities op het gebied van woningbouw volledig in de bestaande stad kan realiseren. Bovendien is ze betrokken bij de herontwikkeling van het terrein van Roto Smeets. ‘’Het is best complex om die 40 procent aan werk ingevuld te krijgen. Hoe breng je ruimtezoekers en aanbieders bij elkaar?’’
Volgens directeur Huibers van Rentree vraagt de oplossing van het ruimteprobleem voor wonen en werken om samenwerking van alle betrokken partijen in de stad. Hij wijst als voorbeeld op het Platform Wonen Deventer, waar alle woningaanbieders in Deventer in zijn verenigd.
Meer dan een koffietentje
Volgens Cris Zijlmans, organisator van het Sponsorcafé, bestuurslid van het Rondeel en namens Le Clercq Planontwikkeling onder meer ontwikkelaar van het terrein van de voormalige fabriek Senzora in de Raambuurt moet iedereen een stap vooruitzetten, meer waardering hebben voor maakindustrie en iets meer lawaai accepteren. ‘’Je moet verder denken dan het gebruikelijke hippe koffietentje. De documentaire sluit perfect aan bij de thema’s van het Rondeel en bij de ontwerpmarathon die we hielden voor het Haveneiland. Laten we bedrijvigheid aanvullen en omarmen met bedrijvigheid.’’

