Een terugblik: Succesvolle gesprekken over transformatie in 2025
In het afgelopen jaar organiseerden we de lezingreeks ‘In gesprek met … over transformatie.’ Aan de hand van een aantal concrete projecten in Deventer, nodigden we drie bureaus uit met wie het publiek en wij in dialoog traden over transformatiestrategieën om zo de betekenis/mogelijkheden te duiden van het jaarthema transformatie.
De Zwarte Hond
In februari werd de reeks afgetrapt met een gesprek met Lisa van der Slot en Erik Roerdink van De Zwarte Hond, architect van het jaar 2025 en ontwerper van de momenteel in realisatie zijnde Kop van de Handelskade in Deventer. In het gesprek met De Zwarte Hond stond een voorzichtige en respectvolle benadering van transformatie centraal. Het bureau benadrukte dat elk transformatieproject begint met het begrijpen van het oorspronkelijke ontwerpidee. Door terug te kijken naar de eerste schetsen en de ontstaansgeschiedenis van een gebouw, wordt gezocht naar de kracht en logica van het bestaande, die als uitgangspunt dienen voor nieuwe ingrepen. De ontwerpstrategieën die worden ingezet zijn het herstellen en leesbaar maken van bestaande kwaliteiten, het herstellen van oorspronkelijke routes en het creëren van nieuwe ruimte door het wegnemen van ruimte en toevoegen van licht en lucht. De rode draad in het gesprek was een ingetogen ontwerpbenadering, waarin nieuwe toevoegingen ondersteunend zijn aan het bestaande en nooit de aandacht ervan wegtrekken. Transformatie werd daarmee gepresenteerd als een zorgvuldige balans tussen respect voor het verleden en ruimte voor toekomstig gebruik.




Rijnboutt
Het tweede gesprek in de reeks vond plaats met Rijnboutt, dat momenteel werkt aan de optopping van de HEMA in Deventer. Eke Wondaal en Michael Maminski presenteerden aan de hand van drie transformatieprojecten hun visie en ontwerpstrategieën. De geselecteerde projecten betroffen allen transformaties van wederopbouw-warenhuizen, elk met een eigen schaal, programma en context.
De transformatie van de C&A in Groningen was een zorgvuldige inpassing in het stedelijk weefsel. Met deze transformatie konden verschillende zichtassen en ook aansluitingen van winkelstraten worden hersteld. Bij het andere project, de inpassing van de ZARA, draaide het
hele ontwerp om lagen weghalen, en weer toevoegen, en al deze verschillende lagen en sporen zichtbaar maken.
In het gesprek werd duidelijk dat Rijnboutt in hun ontwerpbenadering nadrukkelijk zoekt naar de kwaliteiten van het bestaande gebouw en context: constructies, materialisatie en ambacht vormen het vertrekpunt. De ingrepen blijven bewust ingetogen en zorgvuldig, met respect voor de oorspronkelijke architectuur. Vanuit de dialoog met de zaal werd herkend dat deze benadering past binnen een bredere tendens bij een nieuwe generatie architecten.

De Architecten Cie
De reeks werd afgesloten met een gesprek met Erik Vrieling en Niels Mulder van De Architecten Cie. Zij werken momenteel aan de transformatie van de voormalige tapijtfabriek aan de Smyrnastraat in Deventer. Dit industriële complex wordt met behoud van karakteristieke elementen getransformeerd tot een levendig woongebied.
Een belangrijk gespreksonderwerp was de relatief hoge dichtheid die binnen een overwegend laagbebouwde woonwijk wordt toegevoegd. De architecten lichtten toe hoe een zorgvuldig participatietraject met omwonenden, erfgoed- en welstandscommissies heeft bijgedragen aan draagvlak en kwaliteit.
Daarnaast werd gesproken over het masterplan van de NDSM-werf in Amsterdam-Noord, waar het bureau zelf is gevestigd. Dit project maakte duidelijk dat transformatie niet alleen gaat over gebouwen, maar ook over het geleidelijk laten ontstaan van nieuwe stedelijke netwerken, gebruik en identiteit over langere tijd. In dialoog met de zaal ontpopte zich het gesprek over het behoud van de oorspronkelijke kwartiermakers in het gebied. De ervaring bij de NDSM-werf was daarbij dat de kwartiermakers de sfeer van de plek creëren, maar er altijd een spanningsveld blijft met de hoge huren. Een belangrijke les voor Deventer om deze vraag beter te beantwoorden bij de ontwikkeling van het haveneiland.


Terugblik
Terugkijkend op de gesprekken valt de grote diversiteit aan schaalniveaus en contexten binnen de besproken transformatieprojecten op. De reeks liet een breed spectrum zien: van de transformatie van een enkel gebouw tot grootschalige stedelijke masterplannen.
Ook de ontwerpstrategieën van de bureaus verschillen, maar zijn duidelijk geworteld in een gedeelde houding: zorgvuldig en met respect omgaan met het bestaande, zoals het herstellen en zichtbaar maken van bestaande kwaliteiten of routes. Het oog hebben voor materialisatie en detaillering, en het zoeken naar een optimale balans tussen programma, esthetiek en kwaliteit. Soms ingetogen en ambachtelijk, soms pragmatisch en stedelijk, maar altijd met respect voor de context.
Voor Deventer onderstreept de reeks de actualiteit en urgentie van transformatie als ruimtelijke opgave:
Het herstellen en leesbaar maken van bestaande kwaliteiten, herstellen van oorspronkelijke routes en het creëren van nieuwe ruimte door het wegnemen van ruimte en toevoegen van licht en lucht.
Zoeken naar de kwaliteiten van het bestaande gebouw en context: constructies, materialisatie en ambacht vormen het vertrekpunt. De ingrepen blijven bewust ingetogen en zorgvuldig, met respect voor de oorspronkelijke architectuur.
Transformatie gaat niet alleen over gebouwen, maar ook over het geleidelijk laten ontstaan van nieuwe stedelijke netwerken, gebruik en identiteit over langere tijd.
Jong Rondeel kijkt terug op een geslaagde reeks en ziet uit naar de realisatie van de besproken projecten in Deventer.

