Verslag bijeenkomst Sturen op Ruimtelijke kwaliteit: Een Stadsbouwmeester is een projectverbinder en een toekomstkijker
Een stadsbouwmeester kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bewaken en verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in Deventer, zowel op de korte als de lange termijn, onder meer door te zorgen voor meer samenhang tussen bouwprojecten in de stad en die beter te laten aansluiten op de identiteit van Deventer en de stad die Deventer in de toekomst wil zijn.
Dat is de conclusie van een bijeenkomst die het Deventer Architectuurcentrum Rondeel donderdag 9 april en de BNA-afdeling Stedendriehoek hielden over ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Aanleiding was de grote bouwopgave in Deventer, maar ook elders, waarbij de aandacht vooralsnog meer gaat naar het halen van de benodigde aantallen woningen en voorzieningen dan naar de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwbouw en de toekomstige waarde voor de stad.

Ook oog voor kwaliteit
Zo bleek er ook bij de recente bespreking in de Tweede Kamer van de concept-Nota Ruimte veel aandacht voor kwantiteit en veel minder voor kwaliteit. Ook bij de bespreking van de 43 moties die over de concept-nota werden ingediend, ging het vooral over de omvang van de bouwopgave, de snelheid van realisatie en het schrappen van regels, en nauwelijks over sturing op ruimtelijke kwaliteit, aldus Jantine Sijbring, directeur van het Rondeel.
Rondeel-bestuurslid Cristien Bensink wees bezoekers en genodigden van de bijeenkomst op de maquette die recent in de stadsetalage van het Deventer stadhuis is geplaatst en die laat zien dat er volop plannen voor nieuwbouw zijn in en om de stad. ‘’Deventer heeft enorme ambities, maar de nadruk ligt op kwantiteit. Je moet ook nadenken of die bouw ook in de toekomst nog waarde heeft. Als Rondeel hebben we nu twee keer een architectuurprijs georganiseerd. De twee vakjury’s waren behoorlijk eensluidend: Deventer heeft goud in handen, maar de ruimtelijke kwaliteit moet een tandje beter.’’
Voldoende sturing
Volgens huidig wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Omgevingswet Lars Wijnhoud (Gemeentebelang) beschikt Deventer over voldoende middelen om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Hij somde een lange lijst van instrumenten op: “We hebben masterplannen, ontwikkelingsperspectieven, beeldkwaliteitsplannen. We zitten eerder aan tafel met initiatiefnemers, kijken naar onze ambities, zoals het versterken van de relatie tussen stad en IJssel, versterking van de stedelijkheid, hebben een visie op hoger bouwen, het DNA van Deventer en cultuurhistorie spelen een belangrijke rol. Ik voel de druk: doen we het juiste voor de toekomst? We leunen enorm op de Plan Advies Raad, hebben zes kwaliteitsteams voor specifieke gebieden, inclusief het landelijk gebied. Ik denk dat we goed bezig zijn, maar we kunnen hier wellicht dingen ophalen die onderdeel kunnen zijn van de onderhandelingen voor de nieuwe coalitie.’’
Stadsbouwmeester
Om het fenomeen stadsbouwmeester toe te lichten waren enkele mensen uit de praktijk uitgenodigd. Zo stelde Zwolle 2,5 jaar geleden Sjoerd Feenstra aan als stadsbouwmeester, met de opdracht te letten op het grote geheel in de stad. ‘’Zwolle is een projectenstad, we werken met tientallen projecten aan de stad van morgen. Dat gebeurt door projectteams, waarin ook het borgen van de kwaliteit op verschillende manieren is geregeld.”
Samenhang
Dat zorgde volgens Feenstra voor een wildgroei aan teams op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, waar de gemeente meer structuur in wilde hebben. “Als onafhankelijk stadsbouwmeester zit ik tussen al die projecten in. Wat is de samenhang tussen de projecten, voor wie bouwen we, wat is het sociale aspect, hoe zit het met het klimaat? En wat doen die projecten voor de toekomst van de stad? Niet alleen de waan van de dag volgen, maar ook kijken naar de waarde van morgen. Ik heb ook een agenderende rol en ook de ruimte om ontwerpend onderzoek in te zetten. Maar ik wil ook benaderbaar zijn, zoek steeds verbinding en samenwerking.’’
Impact op sociale structuur
Bouwprojecten goed bij elkaar laten aansluiten en kijken naar de verre toekomst is ook de opdracht van de Enschedese stadsbouwmeester Jessica Hammarlund-Bergmann, die deel uitmaakt van een team van drie stadsbouwmeesters, met elk een specifieke taak, waaronder welstandstoetsing. ‘’We hebben het ook over het bouwen van een stad voor bewoners, welke stad hoort daarbij en welke impact een bouwproject heeft op de sociale structuur. Meer ontmoeting, minder parkeerplekken, bijvoorbeeld. Welke sociale stad je wilt bouwen, is heel belangrijk.’’”
Ze wijst in dat verband ook op het onafhankelijke karakter van de functie. ’’Als stadsbouwmeester moet je ook agenderen, zeggen wat voor de toekomst belangrijk is. Je geeft ook ongevraagd advies, staat wel eens op iemands tenen, maar het is belangrijk.’’
Geen achtkoppig monster
Hammarlund-Bergmann voelt zich ook ambassadeur van Enschede. “Vertellen hoe leuk Enschede is. En ik ben een persoon, je kunt me bellen. Dat kan gemakkelijker zijn voor iemand dan naar dat achtkoppige monster te stappen’’, licht-ironisch verwijzend naar gemeenten en reguliere welstandscommissies.
Evert van Kooten, voorzitter van het Deventer Platform Wonen, met 32 leden die zich bezighouden met bouw van woningen in de stad, zegt die overkoepelende inbreng en blik op de toekomst in Deventer te missen. “Volgens de ambities van Deventer moeten we 700 woningen per jaar toevoegen, We komen van 200 per jaar, zitten nu op 550 en kunnen nog een slag maken. We doen er alles aan om het mogelijk te maken, anders loopt de stad achter.’’
Gemeente moet opschalen
Volgens hem moet ook de gemeente opschalen. “Er is geen gestructureerde aanpak van ruimtelijke kwaliteit. Onze leden zien dat de gemeente projectmatig op onze projecten reageert. Bij nieuwe projecten komen er projectleiders bij en als het spannend wordt, zie je de initiatieven vergrijzen. Dan kijken ze naar de kleur van de voegen in plaats van naar de stedenbouwkundige inpassing. We willen een consistent beleid: wat wil je met deze stad. We missen het gesprek daarover. Nu loop je het gevaar dat alles grijzer wordt en het DNA van Deventer verdwijnt.’’
Meer concretiseren
Wethouder Wijnhoud reageert met begrip. “Ik ben heel blij met het Platform Wonen en probeer die integrale aanpak te bereiken. Dat is belangrijk voor de lange termijn. We hebben de Omgevingsvisie voor 2024, 2025, maar ik heb toch opgevangen dat we meer moeten concretiseren wat voor stad we dan willen zijn.’’
Ook volgens stadsbouwmeester Feenstra van Zwolle is meer samenhang in ruimtelijke kwaliteit ook in Deventer belangrijk. “Net als Zwolle is ook Deventer een stad van projecten. Het is belangrijk om na te denken over de vraag wat die projecten met de stad doen. Wat is de optelsom van al die projecten en bouw je wel het juiste?’’
Bouwmeester voor de regio
Zijn Enschedese collega kijkt zelfs over de grenzen van haar stad. “In Twente hebben we met veertien gemeenten een afspraak met het rijk om te bouwen voor 100.000 inwoners extra. Dan moet je samenwerken, elkaar wat gunnen, constateren dat de ene stad wat meer van dit is en de andere van dat. Een regiobouwmeester zou heel goed zijn, ook om na te denken over de verdere toekomst van het landelijk gebied, waar heel veel boerderijen vrijkomen’’, daarmee ook verwijzend naar de positie van Deventer als onderdeel van de Stedendriehoek.
Nuchtere strategisch adviseur
Rik Onderdelinden, ruimtelijk adviseur van Het Oversticht, al honderd jaar bewaker van de kwaliteit van de leefomgeving in Overijssel, ziet in de provincie overigens tal van varianten van de bewaking van ruimtelijke kwaliteit. “Er is behoefte aan meer advies en een stadsbouwmeester of een team van bouwmeesters kan daaraan bijdragen. In het oosten van het land zitten ze niet op een soort Superman te wachten, meer op een nuchter iemand die adviezen geeft, vaak meer een strategische adviseur dan een vervanger van de welstandscommissie. Het grootste succes van stadsbouwmeesters is dat ze ook een agenderende functie hebben, beter dan de oude welstandscommissies. Denk daarom heel goed na over de opdracht die je zo iemand meegeeft en welk profiel je opstelt voor een stadsbouwmeester. Bij Het Oversticht hebben we ook een spreekuur. Daar komen allerlei mensen op af. Dat zou je ook moeten meenemen in je verkenning’’.
Behulpzaam daarin kan ook een gids zijn die in november verschijnt, een initiatief van het Atelier Rijksbouwmeester, waarvan schrijver en projectleider eveneens aanwezig waren op de bijeenkomst. In de bundel een overzicht van elf stadsbouwmeesters en bouwmeesterteams, die vooral in middelgrote steden en plattelandsgemeenten in de noordelijke helft van Nederland actief zijn, inclusief de wijze waarop hun opdracht en werkwijze van elkaar verschillen.
Deventer Architectuur Prijs
Doel van de bijeenkomst was ook het ophalen van criteria waarmee de vakjury van de derde Deventer Architectuur Prijs (DAP) later dit jaar de beoordeling van de inzendingen ter hand zal nemen. “Vanuit het Rondeel willen we vakmanschap en liefde voor de stad meegeven, de sociale waarde van de inzending, de vraag of de openbare ruimte onderdeel is van het ontwerp, de regierol van de gemeente en of er sprake is van een verantwoorde verdichting van de stad, ofwel vriendelijke verstedelijking, het jaarthema van het Rondeel”, aldus Cristien Bensink, een van de organisatoren van de architectuurprijs.
Uit de zaal klonken criteria als materiaalgebruik, landschappelijke inbedding, aansluiting bij de omgeving en ook hier de Deventer context als onderdeel van de beoordeling. Het Rondeel zal de reacties bundelen, publiceren in de nieuwsbrief van het Architectuurcentrum en overhandigen aan de vakjury.




























