Dit geeft Deventer mee aan de vakjury van de DAP 2026
Het Deventer Architectuurcentrum Rondeel en de BNA-afdeling Stedendriehoek organiseerden een bijeenkomst over ruimtelijke kwaliteit. De kern van de discussie: bij de grote bouwopgave in Deventer gaat de aandacht te veel naar aantallen woningen en te weinig naar kwaliteit.
De discussie ging over ruimtelijke kwaliteit en hoe wij dat kunnen vertalen voor de Deventer opgave. En er is gesproken over de aandachtpunten die wij de vakjury van de derde Deventer Architectuur Prijs (DAP) willen meegeven. “Vanuit het Rondeel willen we vakmanschap en liefde voor de stad meegeven, de sociale waarde van de inzending, de vraag of de openbare ruimte onderdeel is van het ontwerp, de regierol van de gemeente en of er sprake is van een verantwoorde verdichting van de stad, ofwel vriendelijke verstedelijking, het jaarthema van het Rondeel.”
Over ruimtelijke kwaliteit waren de meningen in de zaal behoorlijke eensluidend. Ruimtelijke kwaliteit ontstaat waar de rivier, de geschiedenis, de menselijke maat, het groen en de zorgvuldige inrichting van de openbare ruimte samenkomen en waar nieuwe ontwikkelingen voortbouwen op het karakter van de plek in plaats van dat te negeren. Dan gaat het uiteindelijk om projecten die het object overstijgen: ruimtelijk, programmatisch én maatschappelijk.
De zaal roept de jury op tot lef. Dat betekent enerzijds: durf een project te kiezen dat architectonisch onderscheidend is en een statement maakt. Anderzijds: erken ook de kwaliteit van het bescheiden project dat zijn omgeving respecteert en verfijnt zonder op te vallen. Beide verdienen een plek — als ze maar niet de grijze middenweg bewandelen van architectuur zonder identiteit.
De Deventer Architectuurprijs kan daarmee een krachtig signaal zijn over welke richting de gemeente op zou moeten gaan
Kies projecten die aantonen dat groei en kwaliteit samengaan, dat bouwen in Deventer betekent: bouwen mét de IJssel, mét de geschiedenis, mét de mensen en mét oog voor het detail.
Aanbevelingen voor de vakjury van de Deventer Architectuurprijs(DAP 2026)
Deze input biedt een helder kompas voor de jury. De aanbevelingen hieronder zijn door de aanwezigen op 9 april jl. als waardevol en wenselijk benoemd.
1. Beoordeel het project als onderdeel van zijn omgeving, niet als object op zich
Een van de sterkste en meest consistente boodschap is: voorbij het object kijken. Een goed project draagt bij aan de straat, de buurt, het landschap. De jury zou moeten beoordelen hoe een gebouw zich verhoudt tot zijn context — de historische structuur, de openbare ruimte, het groen, de nabije IJssel. Gebouw en omgeving zijn een geheel. Een architectonisch fraai object dat zijn omgeving negeert verdient geen prijs.
2. Geef voorrang aan projecten die de Deventer identiteit versterken
Deventer heeft een onderscheidend DNA: een compacte historische stad aan de IJssel, met een rijke gelaagdheid van eeuwen en een sterke relatie met het landschap. Projecten die dit verhaal begrijpen en daarin eigentijds een bijdrage leveren — historisch met lef — verdienen waardering boven generieke architectuur die overal had kunnen staan. De vraag “wat is Deventer?” zou de jury bij elk project moeten stellen.
3. Let scherp op de kwaliteit van de openbare ruimte
De openbare ruimte is het domein van iedereen. Juist de inrichting van pleinen, de aanwezigheid van bomen, de kwaliteit van bestrating en de relatie tussen gebouw en straat als bepalend worden ervaren voor ruimtelijke kwaliteit. Projecten die investeren in de ruimte rondom het gebouw — die niet strak op de weg bouwen, ruimte laten voor ontmoeting en groen — verdienen extra waardering.
4. Kies voor projecten die de auto niet als norm nemen
Een breed gedeelde zorg is de dominantie van de auto in de openbare ruimte. Projecten die bewust kiezen voor autoluwe of autovrije oplossingen, die de fiets en de voetganger centreren en die geen onnodige parkeerplaatsen toevoegen, sluiten aan bij de richting die Deventer wil inslaan. Dit is geen ideologisch standpunt maar een directe vertaling van wat de stad zelf als kwaliteit benoemt.
5. Waardeer duurzaamheid in materiaal en toekomstbestendigheid
Biobased bouwen, houtbouw en duurzame materiaalkeuzes worden nadrukkelijk als gewenste richting benoemd. Maar duurzaamheid gaat verder dan materiaal: een project is toekomstbestendig als het aanpasbaar is, klimaatadaptief en flexibel in gebruik. De jury kan hier een signaal afgeven door projecten te waarderen die niet alleen nu goed zijn, maar ook over twintig jaar nog een bijdrage leveren.
6. Let op sociale kwaliteit en menselijke maat
Ruimtelijke kwaliteit is uiteindelijk kwaliteit voor mensen. Projecten die bijdragen aan sociale relaties, ontmoeting mogelijk maken, diverse plattegronden bieden en aansluiten bij de menselijke maat verdienen een hogere waardering dan projecten die primair op efficiëntie of rendement zijn gebouwd. De vraag “wat voegt dit toe voor de bewoners en gebruikers?” zou altijd onderdeel van de beoordeling moeten zijn.
7. Durf te kiezen: voor een uitschieter óf voor de stille kwaliteit van het ingetogene
Dat betekent enerzijds: durf een project te kiezen dat architectonisch onderscheidend is en een statement maakt. Anderzijds: erken ook de kwaliteit van het bescheiden project dat zijn omgeving respecteert en verfijnt zonder op te vallen. Beide verdienen een plek, als ze maar niet de grijze middenweg bewandelen van architectuur zonder identiteit.
Toelichting
Ruimtelijke kwaliteit is niet één ding — het is een samenspel van landschap, geschiedenis, schaal, gebruik en identiteit. Dat blijkt duidelijk uit de antwoorden die de aanwezigen gaven op de vraag wat hun stad ruimtelijk zo bijzonder maakt. Een aantal thema’s keert steeds terug.
De IJssel als drager van de stad
Geen enkel element wordt zo vaak en zo nadrukkelijk genoemd als de IJssel. De rivier is niet alleen een fraaie achtergrond, maar een fundamentele kwaliteit: ze geeft Deventer zijn karakter, zijn oriëntatie en zijn schoonheid. De relatie tussen stad en rivier, het IJsselfront, de havens, de natuurlijke oever, wordt tegelijk als groot pluspunt als een nog onvoldoende benutte kans gezien. Meer openbare ruimte aan het water, minder auto’s op de kade: dat is de richting die breed gewenst wordt.
Historische gelaagdheid en erfgoed
De historische binnenstad, de monumentale panden, de pleinen en de erfgoedlocaties vormen een tweede pijler van ruimtelijke kwaliteit. De gelaagdheid van de stad, met de eeuwenoude structuren die nog altijd zichtbaar zijn in het straatbeeld, geeft Deventer diepgang en herkenbaarheid. Opvallend is de waardering voor het feit dat er relatief weinig bouw uit de jaren zeventig aanwezig is; echter wat bewaard is gebleven, wordt nu gezien als kwaliteit.
Menselijke maat en compactheid
De overzichtelijke schaal van Deventer — kleiner dan de grote 100.000+ steden, maar met alle voorzieningen aanwezig — wordt door velen als een kernkwaliteit ervaren. De stad is goed te belopen en te fietsen, de wijken zijn divers en hebben elk hun eigen karakter. Die menselijke maat mag niet verloren gaan bij nieuwe ontwikkelingen. Hoogbouw en verdichting zijn soms nodig, maar moeten zorgvuldig worden ingepast zodat de schaal en het karakter van de stad bewaard blijven.
Groen, landschap en de verbinding stad en land
De nabijheid van het buitengebied, de landgoederen, de dorpen en het open landschap wordt breed gewaardeerd. Groene stroken tussen Deventer en de omliggende dorpen, parken, bomen in de wijken en de zichtbaarheid van het landschap vanuit de stad maken deel uit van wat mensen als ruimtelijk waardevol ervaren. Er is tegelijk zorg over het verdwijnen van groen bij nieuwe bouwprojecten en over de kwaliteit van de uitbreidingsgebieden.
Kwaliteit van de openbare ruimte
De bestrating, boomspiegels, putdeksels, pleinen, groenstroken — de details van de openbare ruimte doen ertoe. Succesvolle ingrepen zoals de herinrichting van het Grote Kerkhof, de Lebuinuspleinen en de Stromarkt laten zien dat zorgvuldig ontworpen publieke ruimte een stad fundamenteel kan versterken. Tegelijkertijd is er brede zorg over de dominantie van de auto in de openbare ruimte en de onvoldoende aandacht voor verblijfskwaliteit en ontmoeting.
Identiteit en lef
Ruimtelijke kwaliteit vraagt ook om een eigen verhaal en de moed om dat verhaal te vertellen. Deventer heeft een onderscheidend DNA — historisch, aan het water, compact, groen — en nieuwe ontwikkelingen zouden daarin moeten passen en bijdragen. Architectuur die weinig identiteit heeft, catalogusbouw en projecten die losstaan van hun omgeving worden nadrukkelijk als zwaktes benoemd. Lef, creativiteit en trots op de stad zijn nodig om die kwaliteit ook in de toekomst te borgen.

