(T)huis in coronatijd viel wel mee, maar…!

De enquête ‘(T)huis in coronatijd’ vond ruim na de eerste lockdown plaats in de maanden september, oktober en november van 2020. Na een redelijk relaxte zomerperiode begon het aantal besmettingen weer toe te nemen en kwamen er langzaamaan weer nieuwe maatregelen bij om het aantal contacten te beperken. We wisten toen nog niet wat ons te wachten stond. Een verslag van de uitkomsten van de enquête ‘(T)huis in coronatijd’ door Marijke van Winsum-Westra en Marcia Mulder met een aantal overpeinzingen voor de toekomst van onze binnen- en buitenruimte.

Negenenzestig 25-plussers, veelal nieuwsbrieflezers van Architectuurcentrum Rondeel of bekenden van bekenden van Rondeelleden, hebben de moeite genomen de enquête geheel of gedeeltelijk in te vullen. We hebben geprobeerd verschillende groepen respondenten met elkaar te vergelijken, maar dat was gezien het beperkte aantal respondenten en de ontbrekende antwoorden op meerdere vragen niet goed mogelijk. Ook een statistische analyse was daarom niet mogelijk. De meest relevante informatie kwam uit het vergelijken van deelnemers op grond van de grootte van hun huishouden. Voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens bleek de leeftijd van de respondent daarbij relevant. De ligging van de woning gaf voor een aantal kenmerken interessante informatie. Bewoners van huur- en koopwoningen verschilden op de meeste kenmerken nauwelijks.

Het overgrote deel van de respondenten woonde in een geschikt en prima gelegen woning. Soms werden wat aanpassingen gedaan of waren die nodig. Groen was bijna altijd wel te vinden in de directe omgeving. Veel respondenten konden leven met de beperkingen, maar velen gaven aan dat ze het wel vervelend vonden. Een enkeling voelde zich echt eenzaam en is blij als alles weer voorbij is. Deze en een aantal andere aspecten worden hieronder verder besproken.

Geschiktheid van woning en woonplek

De meeste woningen zijn geschikt voor een leven ten tijde van corona. Negen respondenten geven aan dat hun woning niet geschikt is. De redenen daarvoor zijn:

  • de akoestiek,
  • werkt nu in de slaapkamer en wil liever een apart kantoortje,
  • moet in de gang gaan zitten als huisgenoot ook vergadert of belt,
  • geen mogelijkheid om een extra werkkamer te creëren,
  • mist een gezamenlijke ruimte,
  • een goede werkplek ontbreekt,
  • en de keuken is als de kinderen er zijn niet geschikt als tweede werkplek.

Drie mensen hebben een extra werkplek gecreëerd, en bij twee huishoudens is de ronde eettafel voorzien van een groter tafelblad. De nieuwe werkplekken blijven ook als corona voorbij is, net als het vaker dan voorheen thuiswerken. Eén van de nieuwe tafelbladen wordt weer vervangen door het oorspronkelijke blad als alles voorbij is.

Slechts vier mensen geven aan andere woonruimte te zoeken. Eentje daarvan niet in verband met corona, maar wegens ouderdom. Negen respondenten gaan misschien andere woonruimte zoeken.

Bezoek en intelligente verbintenissen

Het merendeel van de woningen is geschikt om – met inachtneming van de anderhalvemeterregel – bezoek te ontvangen. Slechts zeven respondenten geven aan dat hun woning daar niet geschikt voor is. Niet geschikt is vooral de entree, de hal of de gang. Verder worden genoemd de woonkamer, de keuken en alle andere ruimtes. Ook werd gebrek aan een achteruitgang gesignaleerd.

Een kwart van de respondenten heeft intelligente verbintenissen gesloten. Deze respondenten gaan met een aantal mensen buiten hun huishouden om alsof deze daar wel toe behoren. Genoemd worden partners op een ander adres, meerder- en minderjarige kinderen, ouders en vriend(inn)en. Ook het verzorgingshuis wordt als zo’n verbintenis vermeld.
Als redenen voor de intelligente verbintenissen worden onder andere genoemd:

  • niet vereenzamen als vrijgezel,
  • klussen en verhuizing bij kinderen,
  • vaste oppas,
  • noodzakelijk werk doen,
  • en gezelligheid.

De respondenten geven vaak aan dat ze afspraken hebben gemaakt om elkaar niet op te zoeken bij klachten en dat ze verder weinig extra contacten hebben. Opvallend is het naar verhouding grote aantal alleenstaande AOW’ers (zes van de negen) dat zo’n verbintenis heeft gesloten.

Groenvoorziening

De meeste mensen hebben een groenvoorziening in de buurt. In de binnenstad zijn relatief gezien de meeste mensen die groen moeten ontberen. Dertien procent heeft daar geen groen in de directe woonomgeving, tegen vier procent in de buitenwijk en drieënhalf procent in de dorpen. Echte groene elementen als park, bos en plantsoen worden in alle drie woonomgevingen het meest genoemd. Parken en plantsoenen worden vaak nader gespecificeerd. Voorbij komen Rijsterborgherpark, Oude en Nieuw Plantsoen, park bij Kapjeswelle en Zandweteringpark.
Opvallend is dat in het dorp en het buitengebied geen waterrijke elementen genoemd worden, terwijl in de stad zelf (binnenstad en buitenwijk) de IJssel vaak wordt vermeld, samen met andere kleine wateren.

Een groenvoorziening in de buurt wordt vooral gebruikt om te wandelen, voor ontspanning of om te relaxen. Wandelen wordt het meest gedaan. Andere vormen van gebruik, zoals gymles geven, komen we sporadisch tegen. Een aanzienlijk deel van de dorpelingen, zo’n dertig procent, zegt de aanwezige groenvoorziening niet te gebruiken.

Behalve een groenvoorziening in de buurt wordt ook de tuin zeer gewaardeerd als gevraagd wordt wat men vindt van de ligging van de woning. Een aantal respondenten vond de tuin wel wat klein en had graag een grotere tuin willen hebben.

Begeleiden van minderjarige kinderen

Een kwart van respondenten deelde hun huishouden met kinderen. Er waren twaalf huishoudens met minderjarige en negen met meerderjarige kinderen. Van de schoolgaande kinderen kregen de jongsten les van (een van) hun ouders aan de eet- of keukentafel. Zij konden nog niet zelfstandig werken. De helft van de oudere kinderen vanaf negen jaar kreeg ook les van of werd geholpen door hun ouders. De begeleiding vond plaats aan de ‘grote’ tafel of in de huiskamer. De oudere kinderen werkten veelal zelfstandig en digitaal op de eigen kamer of in de slaapkamer. Dat de scholen op een gegeven moment weer opengingen gaf veel rust en ontspanning.
De gezinnen met kinderen woonden gemiddeld genomen in de grootste huizen en veel kinderen hadden de beschikking over een eigen kamer.

  

Aanschaf van een vervoermiddel

Negentien respondenten hebben één of meerdere vervoermiddelen aangeschaft in verband met corona. Deze aankopen werden vooral gedaan door bewoners van de dorpen en het platteland, één derde van hen schafte ten minste één vervoermiddel aan. Zij zijn ook degenen die het vaakst meerdere vervoermiddelen in korte periode hebben gekocht. Zij schaften de meeste auto’s aan al dan niet gecombineerd met een gewone en/of een elektrische fiets.

De aankopen door bewoners van de binnenstad en van de buitenwijk bleven beperkt. Slechts twintig procent van beide groepen kocht één of meerdere voertuigen.  

Opvallend was ook het grote aantal AOW’ers uit tweepersoonshuishoudens dat meerdere vervoermiddelen aanschafte. Drie schaften een gewone fiets en een auto aan, twee combineerden een elektrische fiets met een auto, en twee anderen schaften zowel een gewone als een elektrische fiets aan, samen met een auto.

Huisdieren

Huisdieren maakten in zesentwintig procent van de huishoudens onderdeel uit van het huishouden. Dit waren vooral katten en honden. Acht huishoudens hadden samen dertien katten en zeven huishoudens tien honden. Ook werden ontelbare mieren, fruitvliegjes en één spin genoemd als huisdieren. Deze tellen we niet mee als huisdier. In de media werd breed verkondigd dat er zoveel huisdieren werden aangeschaft, nu iedereen vaker en langer thuis was. Daar hebben we helaas niet naar gevraagd. Wel merkte een respondent het volgende op: “Wat me is opgevallen dat de huishoudens in de buurt allemaal extra voorzien zijn van huisdieren. Honden en katten en wellicht ook kleiner.”

Slotopmerkingen van de respondenten

De meeste commentaren aan het eind van de enquête geven een gevarieerd beeld van tevredenheid, gelatenheid, somberheid en opstandigheid. Een aantal personen ervaart positieve effecten, zoals betere concentratie, minder afleiding, minder prikkels en beter uitgerust. Een betere balans tussen werk en privé. Enerzijds is het een rustige, zeker niet vervelende tijd, anderzijds worden yogales, het filmhuis en musea gemist. Een ander had het gevoel huisarrest te hebben en voelde zich zeer beperkt in mogelijkheden. Eenzaamheid, angst en somberheid werden genoemd. Digitale contacten zijn beperkt houdbaar, en door al het thuiswerken kreeg deze respondent het gevoel een computerspel te spelen in plaats van met de werkelijkheid bezig te zijn. Ook de opvatting dat corona maar een griepje is en alle maatregelen buitensporig, werd aangegeven. Zorgen worden ook geuit, vooral het gebrek aan contacten van ouderen die (mantel)zorg nodig hebben.

Overzicht resultaten enquête | woonwensen | najaar 2020

Een totaaloverzicht van de resultaten van de enquête vindt u in de bijlage met een overzicht van de antwoorden op alle vragen. Daarna volgen overzichten van de antwoorden van een-, twee-en meerpersoonshuishouden.

Hoe verder? Overpeinzingen van een architect en een omgevingspsycholoog

Een flexibele woning heeft de toekomst

Een ‘flexibele’ woning blijkt belangrijk ten tijde van corona. Meer thuis zijn is makkelijker als het mogelijk is om ruimtes geschikt te maken voor verschillende doeleinden. Wat voor plekken aan te bevelen zijn en hoe ze ingericht moeten zijn, is sterk afhankelijk van factoren als: de samenstelling van het huishouden, het soort werk en studie dat verricht wordt, en ook de behoefte aan rust en stilte of juist gezelschap. Elke levensfase van de gezinsleden vraagt andere aanpassingen.

De inrichting van ‘plekken’ in woning verandert als de kinderen ouder worden

Voor meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen die naar school gaan, is het volgende wenselijk. Gezinnen met kleine kinderen hebben veel aan een ruime woonkamer en dito eethoek. Gezinnen met grotere kinderen behoeven voldoende slaapkamers, waar de kinderen rustig hun huiswerk kunnen maken. Indien de ouders thuiswerken hebben zij meestal ook behoefte aan een rustige werkplek, waar ze niet gestoord worden en zelf de andere gezinsleden niet storen tijdens het telefoneren en online vergaderen. De open keuken met grote eettafel als centrum van grote en kleine gezinnen lijkt een trend die voldoet en nog wel een tijdje blijft ten koste van of naast de zithoek.

Thuiswerken vereist een goede werkplek

Thuiswerken heeft ineens een boost gekregen voor beroepen waar dat enigszins mogelijk is. Dit kan alleen door de automatisering en de bijbehorende infrastructuur in Nederland. De computer, multimedia apparaten en goede internetverbindingen maken het mogelijk om veel werk vanaf huis te doen en niet vanaf een vaste werkplek bij de werkgever. Werken met een computer gebeurt thuis vaak op slechte werkplekken wat een tijdlang goed gaat, maar nu moeten er toch ergonomische verbeteringen komen en moet de plek ook goed voelen. Dezelfde trend als die in kantoren plaatsvindt. Hoe de werkplek er precies uit moet zien, is afhankelijk van het soort werk dat verricht moet worden, de wensen van de gebruiker en de eventuele aanwezigheid van andere huisgenoten.
Een fijn huis is een huis waar de benodigde aanpassingen snel uitgevoerd kunnen worden en later teruggedraaid kunnen worden als ze niet meer nodig zijn. Uitkijken op een eigen tuin, op een boom in de straat of gewoon planten in de werkkamer werkt rustgevend. De eigen tuin en de planten in de werkkamer kan iedereen zelf regelen, voor de directe woonomgeving is dat lastiger. Stedenbouwkundig moet daar rekening mee gehouden worden.

De functies werken en wonen groeien naar elkaar toe

Meer thuiswerken is waarschijnlijk een blijvertje. De consequenties daarvan zijn nu al zichtbaar. We zien uit het westen van Nederland een stroom van mensen naar het oosten komen wonen nu ze niet meer dagelijks naar hun werk hoeven en flexibel met hun werktijden om kunnen springen. Veel huizen in en rond Deventer worden verkocht aan thuiswerkers uit de Randstad die betere leefomstandigheden met meer rust, meer ruimte en meer groen willen. Corona heeft dit bewerkstelligd, omdat de ‘grote’ stad deze momenteel gewenste leefomstandigheden niet biedt. Dit heeft ook consequenties voor kantoren. In veel kantooromgevingen is men nu bezig om het een woonkamerachtige uitstraling te creëren, nu minder personeel tegelijkertijd naar kantoor komt. Op kantoor wordt meer ingespeeld op met elkaar overleggen en elkaar ontmoeten. Enerzijds meer thuis werken en online vergaderen, anderzijds op kantoor voor overleg en specialistischer werk. De uitstraling van de woon- en werkplekken gaan dus na elkaar toegroeien.

Creëer voor iedereen meer groen in de woonomgeving

Groen in de woonomgeving verhoogt het woongenot, net als ruimte in de buurt en een eigen buitenruimte. In dichtbevolkte stadsdelen is de buitenruimte schaars. Het gevolg: overbevolkte parken, plantsoenen, pleinen en straten als het mooi weer is. Niet alleen met de bewoners uit de buurt zelf, ook anderen komen daarnaartoe. Het aanleggen van meer openbare, liefst groene, buitenruimte in dichtbevolkte gebieden is aan te raden. Het opofferen van groen voor bebouwing werkt averechts. Bij kleine woonruimtes en gestapelde bouw is meer behoefte aan ruimte buitenshuis en aan een eigen buitenruimte dan in een buitenwijk waar iedereen een tuin heeft. Houd hier rekening mee bij het plannen van stadsuitbreidingen. Een trend waarover op dit moment gesproken wordt, het cultuurlandschap verbeteren en hier goede wandelpaden maken sluit hier bij aan.

Rapportage en gegevensverwerking | Marijke van Winsum-Westra en Marcia Mulder

Foto’s | Met dank aan de deelnemers van de enquête voor de foto’s op deze pagina! Speciale dank aan Annelies Jasper-Knol  en Klarie Veerman.

Publiciteit is welkom! Deel dit via:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.